De grens tussen freelancer en werknemer wordt in Duitsland bepaald door een aantal criteria, die in wetgeving en de rechtspraak zijn vastgesteld. Hierbij maakt men een vergelijking tussen een ‘normaal’ dienstverband en het project dat de freelancer uitvoert. In principe geldt daarbij de volgende hoofdregel: hoe meer vrijheden de freelancer heeft bij het uitvoeren van het project, hoe kleiner de kans dat er sprake is van een dienstverband.
Aan welke criteria moet u zoal denken?
- Mag degene die de werkzaamheden moet uitvoeren zelf weten waar, wanneer en hoe hij dit doet? Hoe meer aanwijzingen hij moet opvolgen, hoe groter de kans dat er sprake is van een dienstverband. Dat is ook het geval als de zzp’er de arbeidsmiddelen van de opdrachtgever gebruikt en dus geen eigen laptop, telefoon etc. heeft.
- In hoeverre worden de werkzaamheden op de locatie van de onderneming uitgevoerd? En in hoeverre zijn de werkzaamheden identiek aan de werkzaamheden van een of meer werknemers van de onderneming? Hoe meer integratie, hoe groter de kans dat er sprake is van een dienstverband. In de bouw geeft men wel het voorbeeld van twee mensen die samen een klus uitvoeren (zoals het betegelen van een badkamer). Als aan het eind van de dag niet vastgesteld kan worden welke werkzaamheden de freelancer zelf heeft verricht, is er sprake van schijnzelfstandigheid.
- In hoeverre heeft de opdrachtnemer de vrijheid om de opdracht af te wijzen en/of (in tijd) andere opdrachten (van andere opdrachtgevers) aan te nemen? Hoe minder vrijheid, hoe groter de kans dat er sprake is van een dienstverband.
- Heeft de zzp’er meerdere opdrachtgevers? Is dat er voor een langere periode maar één? Dan is dit een indicatie voor schijnzelfstandigheid.
Als de overheid (in Duitsland is dit niet de belastingdienst, maar de ‘Clearingstelle’ van de ‘Deutsche Rentenversicherung’) oordeelt dat een overeenkomst met een freelancer eigenlijk een arbeidsrelatie is en er dus sprake is van schijnzelfstandigheid, dan heeft dit verregaande consequenties: de vermeende freelancer is dan een werknemer met alle wettelijke consequenties van dien. En de werkgever moet over het lopende jaar én de vier voorafgaande jaren met terugwerkende kracht sociale verzekeringspremies en loonbelasting betalen. Bovendien bestaat het risico op strafrechtelijke consequenties. Bij opzet is dan een boete of een gevangenisstraf mogelijk. Ook geldt dan een periode voor het terugbetalen van sociale verzekeringspremies en loonbelasting tot 30 jaar.
Twijfelt u of er in uw geval sprake is van een dienstverband? Dan kunt u bij de Deutsche Rentenversicherung (DRV) de beoordeling Statusfeststellungsverfahren worden aangevraagd. De DRV beoordeelt dan of er in uw situatie wel of geen sprake is van een arbeidsverhouding.