Welk recht is van toepassing?
Als u een overeenkomst sluit met een Duitse partij, kan de vraag rijzen welk recht op die overeenkomst van toepassing is. Is dat het Nederlandse recht of het Duitse recht? Als u daarover in de overeenkomst of algemene voorwaarden geen afspraken heeft gemaakt, vindt u het antwoord op die vraag in een Europese verordening (de ‘Rome I’ verordening). Die verordening bepaalt dat het recht van het land waar de leverende partij is gevestigd van toepassing is. Levert u dus een product of dienst aan een Duitse afnemer? Dan is in principe het Nederlands recht van toepassing.
Levert u aan consumenten (B2C)? Dan kan in bepaalde omstandigheden ook het Duits recht van toepassing zijn. Maar welk recht er ook van toepassing is, in alle gevallen moeten uw algemene voorwaarden voldoen aan de regels uit het Duitse consumentenrecht.
Weens Koopverdrag (CISG)
Levert u roerende zaken aan een professionele partij (B2B)? Dan moet u mogelijk ook rekening houden met de bepalingen uit het Weens Koopverdrag (CISG). In dit verdrag zijn bepalingen opgenomen over onder meer de kwaliteit, betaling, levering en non-conformiteit van goederen, en over de ontbinding van koopovereenkomsten. Overigens definieert het CISG zelf wat er wordt verstaan onder roerende zaken. Dit kan betekenen dat zelfs overeenkomsten, die u in Nederland als aanneming kwalificeert – bijvoorbeeld prefab bouwen – onder bepaalde voorwaarden onder het CISG vallen.
Het CISG is alleen niet van toepassing als u de toepasselijkheid van dit verdrag in de overeenkomst of de algemene voorwaarden uitdrukkelijk heeft uitgesloten.
Let op: met name voor verkopende partijen kan het gunstig zijn om het Weens Koopverdrag juist niet uit te sluiten. Het is belangrijk dat u zich hierover laat adviseren voordat u grensoverschrijdend zaken gaat doen.